`

Duurzame kleding: de uitzondering of de nieuwe norm?

  • Geplaatst op
  • Door Lonneke Bakker
  • 0
Duurzame kleding: de uitzondering of de nieuwe norm?

De Nederlandse kleding- en textielindustrie heeft afspraken gemaakt om samen de sector duurzamer te maken: het IMVO convenant kleding en textiel, of kort gezegd:textielconvenant. Voor mijn andere werk voor een dierenwelzijnsorganisatie, ben ik betrokken geweest bij de onderhandelingen. Het IMVO convenant is een interessant nieuw instrument om de kledingindustrie, ook in het buitenland, duurzamer te maken. Maar er is ook kritiek: het convenant zou niet ver genoeg gaan, en lokale partijen niet voldoende betrekken. In twee blog-artikelen wat gedachten over de mogelijke voordelen van zo'n brede maatschappelijke samenwerking. Wat wordt er geregeld middels een IMVO convenant? Wat zijn de voordelen van zo'n samenwerking voor een duurzamere kledingproductie? En is dit een van de zovele initiatieven van de textielsector, of zal er dit keer echt een grote slag gemaakt worden?

Deel 1: IMVO convenanten 

Samenwerken voor duurzamere kledingproductie 



Wat zijn IMVO convenanten?

Binnen sectoren waar het risico op het schenden van mensenrechten en de vervuiling van het milieu hoog is, wilt de overheid Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) convenanten opzetten. In opkomende markten en ontwikkelingslanden waar overheden tekortschieten in het beschermen van rechten, kunnen bedrijven hooguit een deel van de oplossing van een probleem bieden. Maar een internationaal opererend Nederlands bedrijf kan direct of indirect betrokken raken bij misstanden als kinderarbeid, milieuvervuiling of ernstig dierenleed.  Branche organisaties, ministeries, vakbonden en maatschappelijke organisaties in Nederland maken daarom afspraken om gezamenlijk misstanden in de productieketen aan te pakken. Op die manier wilt de regering graag zien dat sectoren niet alleen hun verantwoordelijkheid nemen in Nederland, maar ook verder kijken dan de landsgrenzen bij de productie van hun handelswaar. En dus ook zorg dragen dat mensen, het milieu en de natuur in het buitenland minder, of liever zelfs geen, schade ondervinden van de productie van goederen.


Het doel van IMVO convenanten is dus tweeledig:
* ten eerste om op specifieke risico's binnen een ambitieuze en realistische termijn van 3-5 jaar substantiële stappen van verbetering te bereiken voor groepen die negatieve effecten ervaren en, 
* ten tweede, om een gezamenlijke oplossing te bieden voor problemen die bedrijven zelf niet geheel op kunnen lossen.    



Regels voor verantwoord internationaal zakendoen

Waarom maakt de overheid dan geen wetten die bedrijven verplicht om verantwoord in te kopen en te produceren, ook in het buitenland? Dat is vrijwel onmogelijk: de overheid kan bedrijven verantwoordelijk stellen voor wat ze hier in Nederland voor 'foute' dingen doen, maar kan bedrijven niet zo makkelijk op de vingers tikken voor wat er bijvoorbeeld in fabrieken in Bangladesh gebeurd. Bovendien zullen bedrijven snel zeggen: 'ja maar, ik koop alleen maar in bij een bepaalde leverancier, hoe dat bedrijf de goederen maakt, is niet mijn verantwoordelijkheid. Dat moet de producent in dat land zelf maar goed regelen.' En helaas zijn de normen vooor arbeidsomstandigheden en milieu-bescherming veel lager, en is de controle van de regels vaak al helemaal onvoldoende. Bedrijven kunnen dus, bewust of onbewust, betrokken zijn bij nare praktijken in het buitenland.


Vandaar dat de overheid graag ziet dat er op vrijwillige basis afspraken worden gemaakt over internationaal handelen. 


Er zijn internationale richtlijnen voor bedrijven en de verwachtingen van maatschappelijk verantwoord internationaal zakendoen, de zogenaamde  OESO-richtlijnen  voor multinationale ondernemingen en de  UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP’s). Volgens deze richtlijnen moeten 
* overheden mensenrechten beschermen - de 'state duty to protect', 
* bedrijven de daadwerkelijke en mogelijke negatieve impact van hun handelen identificeren, voorkomen en verminderen en verantwoording afleggen over hoe zij omgaan met de geïdentificeerde risico's (ook wel 'due diligence' of MVO-risicomanagement) - de 'corporate responsibility to respect human rights' en 
* mechanismen opgezet worden zodat benadeelde groepen klachten in kunnen dienen, en deze ook serieus genomen worden - de 'access to remedy for victims of business-related abuses' 

 

IMVO convenanten zijn gebaseerd op deze internationale richtlijnen. De Nederlandse overheid gebruikt IMVO convenanten om internationaal mensenrechten te beschermen. Dit soort samenwerkingen geven aan sectoren en bedrijven concrete handvatten om met kwesties om te gaan zoals keten-verantwoordelijkheid, mensenrechten, kinderarbeid en milieu. De overheid heeft aangegeven dat IMVO convenanten vrijwillig, maar niet vrijblijvend zijn. Of dit betekent dat er wet- en regelgeving komt als de convenanten te weinig resultaat opleveren, is iets wat tot nu toe in het midden blijft...



IMVO Convenant Kleding en Textiel  

Het eerste (min of meer) afgeronde IMVO convenant is het Convenant Duurzame Kleding en Textiel (CKT). In het textielconvenant zijn afspraken gemaakt over de manier waarop de Nederlandse kleding en textielindustrie duurzamer kan opereren, over de Nederlandse grens heen. Daarbij zijn er afspraken gemaakt over hoe de betrokken partijen dit samen kunnen aanpakken. 




Bedrijven bekijken zelf de risico's in hun productieketen en stellen jaarlijks actieplannen op om misstanden aan te pakken. De andere partijen kijken mee en bieden waar nodig hulp aan met kennis, kunde en financiën. 


Onder het convenant komt er een speciaal klachtenmechanisme waar benadeelde partijen kunnen aankloppen om zo misstanden aan te kaarten. Zo kan men in de gaten houden of er iets verbeterd, en wat de grootste zorgen zijn bij de mensen die direct te maken hebben met de productie van kleding en textiel.  Het succes van dit initiatief is natuurlijk het best te meten aan de hand van de resultaten die het heeft op de mensen die in de productieketen werken.


Van de overheid wordt verwacht dat zij convenants-partijen bijstaat bij het opzetten van programma’s om zaken aan te pakken die individuele bedrijven niet kunnen oplossen. Bovendien wordt er verwacht dat ze dit initiatief internationaal uitdragen.


Er moeten nog twee grote stappen worden gezet:

* Het convenant treedt pas in werking als 35 bedrijven met een hoofdkantoor in Nederland het ook ondertekenen. 

*Er moeten nog fondsen beschikbaar worden gesteld voor de uitvoering, bijvoorbeeld voor het oprichten van een secretariaat om alles te coördineren, en om het klachtenmechanisme te laten functioneren  


Maar wat wat zijn nu eigenlijk de voordelen van een samenwerking binnen een IMVO convenant? 

Daarover meer in deel 2 van deze blog over IMVO convenanten

----------------------------------------------------
Vond je bovenstaande informatie interessant en wilt je meer van mijn inzichten horen? Bekijk de mogelijkheden om mij uit te nodigen voor een interessant gesprek of een inspirerend verhaal.


Meer weten?

Advies van de SER over IMVO convenanten, april 2014

Nationaal Contactpunt OESO richtlijnen

John Ruggie, "United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights", March 21, 2011

Het  IMVO convenant voor de kleding en textiel sector in zijn geheel


Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden
Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »