Hoet zit het met de duurzaamheid van kasjmier, zijde en linnen?

Kasjmier

Kasjmier wol, ook wel bekend als pashmina, komt van vezels van de ondervacht van cashmere geiten. De fijne wol komt met name van de nek van een geit. In het begin van de lente laten de geiten hun wintervacht vallen, en kan de kasjmier verzameld worden. Soms worden de geiten ook gekamd of geschoren om de kasjmier te verkrijgen. 


Kasjmier geien hebben een dubbele laag vacht (fleece): de fijne, zachte ondervacht of onderdons, en een veel grovere laag, het zogenaamde 'guard hair'. De ondervacht moet onthaard worden, wat gebeurt door een mechanisch proces waar de dikke en de gewenste fijne haren gescheiden worden. De dikkere haren worden vaak gebruikt voor borstels. De fijne haren worden geverfd, tot garen gesponnen en er wordt stof van geweven of gebreid.

Kasjmier is fijn van textuur, sterk, licht en zacht. Kleding van kasjmier geeft hele goede isolatie. De stof gaat erg lang mee; een 100% kasjmier product is enorm prijzig, maar gaat waarschijnlijk een leven lang mee.


Omdat kasjmier zo’n dure stof is, wordt het vaak vermengd met polyester of wol. Soms wordt er, om de prijs te drukken, kankerverwekkende verf gebruikt.



Zijde

zijde rupsenZijde wordt meestal gemaakt door zijde-rupsen. Zijde wordt ook geproduceerd door andere insecten zoals bijen, wespen en vliegen, en soms zelfs door spinnen. Als er van deze zijde stof wordt gemaakt, wordt dit ‘wilde zijde’ genoemd. Zijde kan uit de natuur gehaald worden, door de cocoonen van verpopte insecten te verzamelen. Maar in dat geval zit er een gat in de cocon, waar het volwassen insect door naar buiten is gekropen, en is de zijde draad dus in stukjes. Dat maakt het lastig te verwerken tot garen. En er zit een mineralen-laagje om deze wilde cocons, waardoor het lastig is de zijde draad te verkrijgen. Bovendien zijn de wilde cocons verschillend van kleur, en is de zijde lastiger te verven. Om deze redenen komt ‘wilde zijde’ bijna niet voor.

De zijde-rupsen worden in gevangenschap gehouden. Nadat de rupsen enkele keren zijn verveld, gaan ze een cocon spinnen. De cocons worden, met de pop erin, in kokend water gedaan, of de pop wordt dood geprikt met een naald. Voor vredes-zijde, of vegan zijde, of Áhimsa zijde, wordt gewacht totdat de rupsen hun cocon hebben verlaten.


De lange draad die de cocons vormt wordt afgewikkeld, gebleekt en gesponnen tot garen. Om 1 kilo zijde te produceren, moeten er 104 kg blaadjes door 3000 zijde-rupsen gegeten worden.

Zijde heeft een zachte, effen textuur en is niet zo glad als vele synthetische stoffen. Zijde is erg sterk, maar wordt al snel 20% minder sterk als het nat is. Zijde kan erg lang mee gaan; het vergaat ook niet zo snel als andere soorten textiel. Het absorbeert zweet goed.

Nadelen zijn dat zijde niet elastisch is en het kan zwakker worden als het bloot gesteld wordt aan te veel zonlicht. Het kan ook aangevreten worden door insecten, vooral als het niet schoon is. Zijde wordt snel statisch geladen. Zijde kan nog wel eens geel kleuren door zweten.



Linnen

Linnen wordt gemaakt van vezels van de vlasplant. In Georgië zijn in een prehistorische grot geverfde vlas-vezels gevonden, wat betekent dat linnen al ongeveer 36.000 jaar geleden gebruikt werd.

Vlasteelt vindt plaats in vele plaatsen ter wereld, maar voornamelijk in West-Europa. Vlas kan van nature van kleur verschillen van ivoor-wit tot ecru, lichtbruin of grijs. Er is relatief weinig gif of kunstmest nodig om de plant te laten groeien, maar het proces is erg arbeids-intensief. Om zo lang mogelijke vezels te krijgen, wordt vaak met de hand de hele plant geoogst, of worden stengels zo dicht mogelijk bij de grond afgeknipt.


Na het oogsten, wordt het lijnzaad verwijderd en worden de bast-vezels van de plant afgehaald; het roten. Dit kan gedaan worden door de vlasstengels vochtig of nat te maken. Dat zorgt ervoor dat bacteriën de pectine af kunnen breken en de vezels loslaten van de stengels. Daarna worden de stengels tussen metalen rollers geplet, zodat de houtachtige delen loslaten van de rest van de stengel. De korte vezels worden daarna verwijderd, zodat alleen de lange, zachte vezels overblijven. De lange vezels worden gesponnen tot garen en tot stof geweven of gebreid. Om de stof wit te krijgen, moet er veel gebleekt worden.

Linnen is sterk, vocht- en warmte regulerend en vaak van goede kwaliteit. Linnen is erg koel in heet weer. Linnen wordt zachter naarmate het meer gewassen is. Het is sterker wanneer het nat is dan wanneer het droog is, in tegenstelling tot veel andere stoffen.

Bij de verwerking van linnen komen er veel stofdeeltjes in de lucht, die ingeademd kunnen worden en gevaarlijk kunnen zijn voor de gezondheid van arbeiders. Op plekken van het kledingstuk waar de linnen in de vouw blijft of gestreken wordt, zoals bij kragen en boorden, kan het linnen garen breken. Linnen kreukt erg, waardoor de stof nabewerkt moet worden, of de consument het moet strijken.

Linnen kreukt snel en is niet elastisch, waardoor het vrijwel altijd gestreken moet worden. Van de andere kant, linnen pilt niet, neemt niet snel vlekken op, kan tegen hoge temperaturen en krimpt bij de eerste paar wasbeurten maar een beetje.
 

Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »